woensdag 26 oktober 2011
Naast de pot (aantekeningen in proza)
In een American Poetry Review uit 1998 schrijft Peter Gizzi over de lezingen die Jack Spicer vlak voor zijn dood gaf. Gizzi is samen met Kevin Killian de bezorger van Spicers verzameld werk dat zij de titel 'My vocabulary did this to me' gaven; Spicers beroemde laatste woorden. Vorige week leende ik dit boek van de zeer begaafde dichter en gouden-bocht-revolutionair F. Keizer. Voorheen had ik alleen 'After Lorca' gelezen. Ik ben er laat bij, lijkt me, maar ik vind het vreselijk goede poëzie. Vaak denk ik: verdomme. Zo'n dichter is de moeite waard.
Gizzi stelt in zijn stuk dat Spicers belangrijkste boodschap voor jonge dichters is om goed te luisteren: naar de cultuur, de gemeenschap, wat de autoriteiten beweren, naar crises. Zo komt de dichter tot zijn 'uncomfortable music'. Zo kwam Spicer tot de compositie van wat Gizzi hier zijn 'Real' noemt.
Het binnenslepen van het werkelijke in het gedicht gaat wat mij betreft niet gemoedelijk: het gedicht wordt een brandpunt en een laboratorium. In dat laboratorium vindt modificatie plaats, er wordt gerotzooid met de codes van het werkelijke: ze worden niet geaccepteerd. Vanmorgen las ik 'Ten Poems for Downbeat'. Het volgende hieruit lees ik als waarschuwing:
'I can't stand to see them shimmering in the impossible muscic of
the Star Spangled Banner. No
One accepts this system better than poets. Their hurts healed
for a few dollars.'
maandag 24 oktober 2011
Naast de pot (aantekeningen in proza)
'This is water': David Foster Wallace praat over de geesteswetenschappen. In deze 'commencement address' voor de afgestudeerden van Kenyon College, Ohio in 2005, stelt hij dat je op de universiteit bewust leert denken, dat je er leert niet altijd toe te geven aan je standaardinstelling: hoe je bent geprogrammeerd. Via deze link is de beroemde speech te beluisteren:
http://www.youtube.com/watch?v=M5THXa_H_N8
In een terzijde merkt Wallace op dat zijn academische opleiding hem soms in de weg zit. Dat hij soms niet ziet wat er vlak voor zijn neus gebeurt omdat hij teveel onder zijn schedeldak staat te schuilen.
Wallace heeft niets tegen de academische wereld, maar deze opmerking deed mij desalniettemin meteen denken aan het cliché dat door charismatische bewegingen binnen het Christendom in Amerika nog wel eens wordt opgediend: 'seminaries are cemeteries'. Wie gestudeerd heeft verliest het spontane van de geest, wordt doods en afgesloten. De universiteit heeft mij nooit aan een kerkhof doen denken. Althans, één keer wel. Er was ergens een afscheidsfeest. Een oude hoogleraar verdween voorgoed naar zijn studeerkamer aan huis, de Universiteit zwaaide hem uit en deed dat op die royale Nederlandse wijze: met worstenbroodjes en koffie. Zijn hele leven had deze man onderzoek gedaan naar het gebruik van een bepaalde vervoeging van een bepaald woord in een bepaalde ouwe tekst. Zijn conclusie: het is moeilijk, niet eenduidig. Allereerst voelde ik bewondering, vervolgens een afschuwelijk gevoel van zinloosheid. Wallace schrijft in zijn 'address' over die afgematte, chagrijnige vrouw in de supermarkt. Hij denkt: zou die vrouw soms de hele nacht de hand van haar man die opgevreten wordt door de kanker hebben vastgehouden? Voor mij hoeft dan geen kanker te zijn trouwens, dat is zo overduidelijk zwaar (kanker is topsport, welke cynische klootzak heeft die zin bedacht?). Die vrouw mag ook de hele nacht bij haar man hebben gezeten omdat het weer die tijd van haar jaar is, met die zware luchten en de geur van kouwe drukte. Maar goed: die afgematte vrouw op die manier bekijken vergt denkkracht. Zou die oude hoogleraar ooit zo naar die vrouw hebben gekeken, of stond hij in de rij voor de kassa aan dat hiaat te denken, die gapende wond in zijn dierbare tekst?
donderdag 20 oktober 2011
Inhoud
Telwoorden 2
Drie 3
Stoelend 7
Bagatellen 6
controversy 5
penoze 4
Zitplaats 7
legde bloot 8
Bazuintje -
linialen 2
zinkt 3
kwaalstreken (dubbel) 4
Mexicaans territorium 3
zaaigoed 0
stof-luizen 10
de zevende vrouwelijke zwemmer 8
Om deze hele machinerie in gang te houden 80
in gang te houden 80
in gang te houden 80
in gang te houden80
in gang te houden 83
zemelknoop 84
pieren 85
hergebruiken 86
tragies
dierkunde walvis 87
jodel 88
ont- 11
kaarten die handel 11
VVV 12
ANWB 13
Dat mijn vijand nooit van vreugd 81
de ergste maritieme ramp 14
Tempo tongbreker 13
Wrestle Mania II 11
belastingplichtige 13
druil 14
'rechtwording' of 'oprichting' 15
Mannetje in de maan
knuppelen 81
Gedicht voor Leon Voorberg 80
Hafnon/Breum 79
andere zakenman uit Lynn, Silas Barton 78
waan en wijs 78
Tropische Golf 81
Norgervaart 01
In Ierland wordt het systeem toegepast 02
Duikhelm 9
de maand feb 6
zware stalen pakken 7
dinsdag 18 oktober 2011
Naast de pot (aantekeningen in proza)
Toen hij de klipper als kind tekende, wist hij niet dat die klipper (afgeladen met strijders) meer was dan een tekening van speelgoed. Zo'n schip is eigenlijk een icoon van een machtsstructuur in de geschiedenis.
Luc Tuymans vertelt dit in een filmje; hij loopt door de galerie van David Zwirner in New York en praat over zijn werk 'Corporate'. Ik denk aan al die zeegezichten, die o zo Hollandse zeegezichten. Bruisend schuim, glanzende planken en de driekleur (felle zon). Dat zijn geen onschuldige beelden, dat weet ik, maar toch vind ik die schepen nooit echt bedreigend, of bijster interessant. De nostalgie zit in de weg, het gedateerde van zo'n schip en- Tuymans heeft gelijk- de kindertekening. Vaak ben je te lui om achterdochtig te zijn. Op zo'n kindertekening, die thuis nog heel lang is bewaard, stond het dek propvol mannen met zwaarden en pistolen, de boeg gleed dramatisch door de blauwe stift. Op 'Corporate' van Tuymans, uit 2010, is het water beton. Het schip is eerder het negatief van een schip. Zoals een icoon in de Orthodoxe traditie een venster op het goddelijke is, is dit haast serene spookschip een venster op de macht.

maandag 17 oktober 2011
Stoer, romantisch gedicht voor Ton van 't Hof
Er is nog wel een soldaat,
die ik zou willen beminnen,
God, kon ik hem slechts vinden
tussen zijn zinnen.
(http://1hundred1.blogspot.com/2011/10/pissed.html)
Bob
Wie zal de linkerhoek van het landschap
aandrukken?
Wie stoft de kaartenhuizen af? Tol.
kloostercellen a f o
c h t e n d gloren
seizoensgebonden
doch apocalyptisch
uitwaaien met Bob
is na de scheiding meer dan nodig
uitwaaien kan met willekeurig
iedereen, maar Bob leent zich v o o r het uitwaai-
en zoals het scalpeermes zich leent
donderdag 13 oktober 2011
Martijn Benders leest 'Anti-Epione'
Het lijkt inderdaad net bijna op een poëtica,
als je de ogen toeknijpt en een
glaasje melk nuttigt.
Dat heerlijk politiek-correcte rijtje op het einde alleen al.
Maarten van der Graaff, rising star in literair lobbyland.
als je de ogen toeknijpt en een
glaasje melk nuttigt.
Dat heerlijk politiek-correcte rijtje op het einde alleen al.
Maarten van der Graaff, rising star in literair lobbyland.
woensdag 12 oktober 2011
Anti-Epione
In de nieuwe Post Perdu is 'Anti-Epione' opgenomen: de poëticale tekst die ik onlangs bij Vers van het Mes
uitsprak. Hier is de tekst in zijn geheel te lezen, op de blog van Perdu:
http://avondenperdu.blogspot.com/2011/10/maarten-van-der-graaff-anti-epione.html
Wat zegt u? Een fragment? Maar natuurlijk:
'Geef mij de onoprechtheid, de onpersoonlijkheid, het anti-dogmatisme, de salto’s van de grammatica: Orfuis die zingt alsof hij wind bloedt. Maar geef mij ook de oprechte woede, het verlangen van de verdrukte. Als de wereld – in ieder geval deels – talige constructie is, dan wil ik taal die SS-taal is in de ogen van de witgekalkte fatsoenlijkheid. Onwelkom gewoeker in de achtertuin van de ideologische hygiënisten. De poëzie beantwoordt niet aan reinheidswetten, van Epione, de godin die de pijn verzacht en moeder is van de hygiëne, trekt zij zich niets aan.'
uitsprak. Hier is de tekst in zijn geheel te lezen, op de blog van Perdu:
http://avondenperdu.blogspot.com/2011/10/maarten-van-der-graaff-anti-epione.html
Wat zegt u? Een fragment? Maar natuurlijk:
'Geef mij de onoprechtheid, de onpersoonlijkheid, het anti-dogmatisme, de salto’s van de grammatica: Orfuis die zingt alsof hij wind bloedt. Maar geef mij ook de oprechte woede, het verlangen van de verdrukte. Als de wereld – in ieder geval deels – talige constructie is, dan wil ik taal die SS-taal is in de ogen van de witgekalkte fatsoenlijkheid. Onwelkom gewoeker in de achtertuin van de ideologische hygiënisten. De poëzie beantwoordt niet aan reinheidswetten, van Epione, de godin die de pijn verzacht en moeder is van de hygiëne, trekt zij zich niets aan.'
zondag 9 oktober 2011
dinsdag 4 oktober 2011
Neuriën
Eerst de verplichte velden.
strijk de meren glad
daar komen de stellen flaneurs het leer van de zetels
is warm van de reten der
muntrechters
laat de zwanen los
camera's goedkeurend brommen
verstillende kaarsenmakende opblaasbarende
uitvaarenden
shoot!
poets het aanzien van de brave handelaren
op!
Koordinationsmechanismus der keiner bürokratischen Befehle bedarf
shoot!
Ten tweede: wat komt er ten tweede?
De geëgaliseerde meren en velden
dan
neuriën
maandag 3 oktober 2011
Naast de pot (aantekeningen in proza): Hoofdstuk 3, waarin Elias de vrouw in het mantelpakje volgt, een man tegenkomt, en aan de Auschwitz-film in het Joods museum te Wenen denkt
De lift maakt geen geluid. Moeiteloos stijgt de cabine naar de negende verdieping. Elias staat met zijn rug naar de blonde vrouw toegekeerd. Hij probeert niet al te luid te ademen. Het is gewoon een dag in een gebouw, ik ben gewoon een man in dat gebouw, op precies die dag. De vrouw is opvallend stil, ze zucht niet eens. Ze doorzoekt haar tas niet, beweegt haar voeten niet over het linoleum (iiiiiiiii!), en daarbij: ze staart niet naar de grond. De negende. Klaslokalen, eindeloos veel, zegt een man op een opgewekte toon. Hij stapt de lift in en schuurt langs het been van Elias. Hij praat in een grote mobiel die hij tussen zijn oor en zijn schouder klemt. Zoals een secretaresse, denkt Elias. Zoals een secretaresse, die eigenlijk onder haar niveau werkt. Een jonge, goedgeklede vrouw met een lekkere kont en peervormige tieten. Zo'n cliché is er niet voor niks. De blonde vrouw blijft midden in de hal staan. Geruisloos stijgt de lift verder, richting de koepel die het gebouw tooit. Wat nu als ze blijft staan? Erg lang, zonder te bewegen. Eigenlijk zou dat erger zijn dan een plotselinge dood. Als ze neer zou vallen, naar adem happend, zou hij tenminste alarm kunnen slaan. Maar als ze niet beweegt is alarm slaan onzinnig. In het Joods museum te Wenen is een film van een half uur over Auschwitz. Het is erg indrukwekkend. Althans, dat zeiden ze op het werk. Elias is nog nooit in Wenen geweest, hij heeft de film derhalve nooit kunnen zien. Beweeg. Stilstaan kan duiden op verwarring, angst of ontspanning. Of op toerisme. De laatste twee opties vallen af. Beweeg! Ze is klein, stelt hij vast. Ze draagt hakken omdat ze klein is en omdat ze er verleidelijker door loopt. Heel stil stapt Elias een paar centimeter opzij. Voor de vrouw in het mantelpakje bevindt zich een beeldscherm: witte letters die af en toe veranderen. Dit alles tegen een donkerblauwe achtergrond. Stilstaan kan ook duiden op de aanwezigheid van een scherm. Een hem verder onbekende collega had over de Auschwitz-film gezegd dat alleen de gruwelijkheden in beeld kwamen: het spectaculaire lijden. Dat de Holocaust ook saai was, dat zie je niet in films, had de collega gezegd.
Abonneren op:
Posts (Atom)